Aantekeningen


Treffers 151 t/m 200 van 1,079

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 ... 22» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
151

Oprechte Haerlemse Saterdaegse Courant. No. 39 Transcriptie van de courant van zaterdag 25 september 1666 (voorzijde]ITALIENMilaen den 1 September.In twee dagen sal de Keyserinne van Final herwaerts komen, alsoo als dan haere Majesteyts toerustinge sal vaerdig zijn. Den Generael Montecuculi eer hy vertrock, heeft een seer kostelijck Geschenck van den Keyser aen de Keyserinne gegeven. De Galeyen van de Grooten Hartogh zijn weder nae Livorne vertrocken, en andere mede daer zy t'Huys hoorden.Livorne den 3 September.Hier heeft men twee Schepen van Algiers; op haer vertreck gingen 6 Rovers t'Zee, de rest was binnen, hadden 2 Fluytjes met Sout, Teer en anders genomen, een lege Fluyt sonder Vlock, en een met Sout, en eeningh Italiaens Vaertuygh met Granen; en stonden weder 6 nieuwe Schepen op Stapel, grooter als oyt.Roma den 4 September.Den Paus heeft op nieuws de Koorts gekregen; dit sal sonder twijffel de Cardinael Ghigi doen thuys blyven: En men spreeckt al of de resteerende Cardinaels plaetsen in't korte sullen werden vergeven, en Don Sigismundo een van deseleve sal werden gemaeckt. De Bagagie van den Cardinael de Retz is vertrocken, maer sijn eygen vertreck is om eenig reden noch uytgestelt.Venetien den 10 September.De laetste Brieven gekomen uyt de Levant berichten, dat den Capiteyn Generael noch was tot Argentiera met de gantse Armade, als oock den Marquis Villa, wesende alreede alle de Soldatesque scheep, maer de Windt was en bleef, contrarie omme derwaerts te gaen, daer men tot Candia hadde gheresolveert een attacque te wagen.VRANCKRYCK.Havre den 12 September.Duc de St. Aignan in't besichtigen van de Kust, of de Wachten al wel beset waren, wesende in een Chaloupe, wiert gewaer een Barcke van 50 Tonnen, die hy aenstonts resolveerde te gaen attacqueren, en oock dede veroveren.Parys den 17 September.Den Coningh heeft een Courier gesonden na Abbleville, brengende Ordre aen de Troupen van sijn Huys, die daer gekomen zijn, dat sy haer souden Scheep begeven, op de Schepen die voor hen geprepareert zijn, op de Kuste van Picardyen; en dat sigh als dan sullen haer voeghen by de Hollanders, die teghenwoordigh met haer Vloot in't Canael zijn. Mr. de la Feuillade is te Poste door Ordre van den Coning vertrocken, omme t'Scheep te gaen., en sigh te embarqueren op 't Schip van den Lt. Adm. de Ruyter, men seght , om te commanderen over de Fransse Volontaire, die sigh op de Hollantse Vloot mochten begeven hebben. Duc de Longueville is vertrocken, sijne Voyagie nae Dalmatien, nae dat sijn affscheyt van de Vibliotheecq heeft ontvangen een Brevet van sijn Majesteyt, by welcke hem Prescepteur maeckt van den Heer Dauphijn. Daer is een Courier aen den Coningh ghekomen, afgesonden van Monsr. d'Ambrun, Ambassadeur van sijn Majesteyt in Spangie, die nieuws brengt van de Consumatie, van't Houwelijck van de Coninginne van Portugael, dat den 12 Augusti voltrocken is. Men spreeckt hart van Vrede van dat Coninckrijck met Spanie, het welck men Besloten en Geteyckent hout, waer by getracteert is als Coningh en Coningh, en dat den Coningh van Portugael niet tegenstaende de Vrede 3000 Man te voet sal moeten onderhouden, den Courier die dese Tijdinge brenght, is gespolieert dicht by Bordeaux van 2 Ruyters, die de Packetten hebben geopent.Parijs den 17 September.Na dat men alle Dagen verwachte 't uytloopen van Duc de Beaufort, soo is dese voorleden Nacht een Expresse van den Heer Colbert de Ferron, van Rochel, aen 't Hof ghekomen; met bericht, dat welgemelden Duc, op den 13 deser, van Rochel is vertrocken, om na ' Canael te loopen, 't sleve te passeeren, en met de Hollanders te conjungeren. De Barbarisse Corfairen speelen in de Middelandtse Zee seer de meester; also nu Vrede hebben met de Fransse en Engelsse; sulckr, dat alles weg-nemen wat'er by-na vaert: Die van Algiers hebben onlanghs noch twee Hollandtse, een Hamburger, en een Genouees Schip wegh genomen. Tot Marseilje is den 6 September te rugge gekomen Sr. de Moulin, af gesonden van den Coningh na Tunis, tot verlossinge van de Slaven, van welcke 650 mede-brenght, daer van yder 100 Kroonen heeft gekost.Parys den 17 September.Terwijl hier onder 't gemeen een Gherucht loopt van een Accoort tusschen Spangie en Portugael, so verneemt men nochtans ten Hove niet als 't contrarie, volghens het schrijven van den Aerts-Bisschop van Ambrun, Fransen Ambassadeur aen 't Spaense Hof. Alsoo de Franse Vloot op den 13 deser van Rochel is gheloopen, en de Engelse Vloot, nae den laetste Rescontre, het Canael in gheweecken is, soo heeft men een Expresse nae Brest ghesonden, om Duc de Beaufort daer van te waerschouwen: en Monsr. de la Feuillade heeft sijn Majesteyt na de Hollandtse Vloot gesonden, die den 14 deser noch op de Hooghte van Bologne was. Daer is weder eenige alteratie in de Prijs van 't Geldt gemaeckt, als de Louysen en Spaense Pistoletten op 11 Ponden, de Goude Kroonen op 5 Ponden en 4 stuyvers, de Silvere Louysen op 3 Ponden, en so voort op de oude voet. Den Deensen Ambassadeur, den Heere Zeestadt, sal van hier vertrecken nae Nederlandt.DUYTSLANT en d'aengrensende RYCKENStockholm den 9 September.De Mentsisse Gesant, van hier op Danzigh vertrocken, seght men, dat onderwegen verongeluckt is; en men hoort dagelijcks van noch meer Onghelucken ter Zee. Den Paltzissen Afgesant staet op zijn vertreck. 2000 Man sullen van hier na Bremen over-gevoert werden, voor 6 a 7 Kroons Schepen, die dan voort na Portugael om Sout souden gaen; immer soo men voorgeeft, omme dat men soude voor-hebben, de Haring-vangst by Gottenburgh te stabilieren, alsoo de Haring sigh daer overvloedigh laet vangen. Den Koningh en Koninginne Regente zijn te Landewaert vertrocken.Wenen den 11 September.Na dat sijn Furstelijcke Genade van Diedrichsteyn, met de voor de Spaensse Ministers mede-gevene Presenten, waerdig 100000 Florijnen, gesamentlijck met de Keyserlijcke Suite, bestaende in 1000 Persoonen, 1200 Ruyters, en 100 Landt-koetsen was afgereyst, soo doet men alles vervaerdigen tot het By-leger, dat tot Newstad sal gehouden werden, op St. Leopoldsdag, werwaerts oock 6 Regimenten zijn ghelast te marcheren; men hout dat hier na noch eenige Volckeren na Milaen, en de Spaensse Nederlanden sullen gecommandeert werden, alsoo men wegens Vranckrijck voor die Landen vreest. Sijn Keyserlijcke Majest: is deser Dagen aen de Loop niet wel te pas gheweest, doch is nu God lof weder beter. Den Sweedtsen Afgesant onthout sigh noch hier, sonder dat men weet tot wat eynde men hier sal nemen, omtrent de Engelsse voorslaghen, die doch hier niet in de Man willen.Hamborg den 17 SeptemberDat de Engelsse met 2 Sloepen op de Elbe, sigh aen en na de Hollandtse-schepen begeven, is seecker, en hebben de jonghst- genomen na de Swinge gebracht; en daer op twee Hollantse Groenlants-vaerders aengetast, maer alsoo sterck bemant waren, moeten afwijcken. Het jonghst-ghedachte Schip, dat van hier mede uyt wilde, moet als noch verblijven. Het gerucht, dat de Sweden een Arrest op d'Engelsse Schepen hadden gedaen, is valsch, en hebben sy in de Swinge vry in en uytloopen. Uyt Poolen heeft men niet als seer goede Vrede: Den Heer Lubomirski is wederom tot Breslau gekomen, om aldaer den Rijcksdagh te verwachten. Den Koningh van Poolen werdt in't korte tot Marienburgh in Pruyssen verwacht.Hamborg den 17 September.De Stadt Bremen is nu vande Sweden ten volle belegert, en beginnen reets Loopgrave na de Wallen der Stadt te maecken; die van binnen hebben oock in een uytval eenigh Vee de Beleggers afgenomen, en schieten van hun Wallen dapper: De Sweden hebben dese mael de Brieven uyt Bremen weer terugh gesonden, en niet laten passeren. Op de Elf hebben de Engelse met bemande Sloepen, de Hollandtse Kagen gesocht te nemen of te ruineeren; maer komende by een Groen- [vervolg op achterzijde

 

Oprechte Haerlemse Saterdaegse Courant. No. 39 Transcriptie van de courant van zaterdag 25 september 1666 [achterzijde][vervolg van voorzijde] lants-vaerder, die zy meende te vermeesteren, wierden van de Maets, daer op zijnde, soo ontfangen met Harpoenen, datter 2 van hun doot bleven, en eenige deerelijck wierden gequetst: 't sedert heeft men gheen Engelsse Sloepen meer op de Elf vernomen.Bremen den 16 September.Of schoon de Tractaten tot Rabingshausen, alwaer den Sweedtsen velt-heer sijn Quartier hout, als noch op handen zijn: soo gaet inmiddels de Vyandtschap noch dagelijckx voort; en hebben wy Gisteren een uytval op de Sweden ghedaen, waer by van weder-zyden eenige zijn doodt gebleven: Op heden geschiet diergelijcke, met wat succes weet men noch niet. Hert wert alles alles rondom dese Stad, 600 treden ver, gelijck gemaeckt, omme de inlogeringe soo na by te verhinderen. Al wat van Hout is, wert onder de Ghemeente verdeelt, alsoo sommige daer aen gebreck hebben. De Borgermeester Speckhans Huys is Gisteren door 't gemeene Volck onder de voet gehaelt; sonder dat het selve heeft konnen verhindert werden.Beverle den 17 September.Sijn Cheurvorstelijcke Doorluchtigheyt van Brandenburgh heeft aen sijne Bevelhebbers Ordre gesonden, om de gelicentieerde Troupen weder in dienst te nemen, en inder haest meerder Volck aen te nemen, om in 8 Dagen ghereet te zijn tot de generale Monstering; waer op dit aengesien is, daer van zijn verscheyde opinien. Men seght, de Handelinge tusschen de Sweden en de Stadt Bremen, wederom by der handt genomen zijn.Hamburgh den 21 September.Van Bremen komen geene Brieven meer: Ondertusschen zijn hier de Tydingen seer divers, eenighe willen noch spreecken, al of een Accoort op handen was zo daer nochtans alle dagen vyandelijcke Actien voorvallen. Die van de Stadt zijn onlanghs met 1500 Man uytgevallen, en hebben een goet aental Boeren, oock eeige Soldaten, in 't aenvullen van de Landt-groeven en 't maecken van een nieuwe Schans neder gemaeckt. Daer soude dagelijckx noch meerder Sweedts Volck voor Bremen komen; doch uyt Pomeren komen noch geene af marcheeren: Men hoopt noch een Accoort, alsoo de Uytheemse Gesanten noch te samen zijn; en indien Sweden niet iets hadde willen in 't Voorwerp veranderen, 't Accoort waer al ghemaeckt. Het Schip met Wynen, by d'Engelse genomen, weder gerestitueert en hier ghekomen zijnde, is nu alles stil op de Elve. Gisteren in den Prince van Denemarcken tot Altena gheweest. In Neder-Saxen en meer Plaetsen graseert de Pest machtigh. In Sweden soude seltsaeme Tweelingen gebooren zijn, 't een geel als Saffraen, en 't ander hebbende 2 Hoofden, 4 Armen, &c. P.S. Den 15 dese is tot Franckfurt, aen den Oder, door quaedt toe versicht van een out Wijf, een soo grooten Brandt ontstaen, datter by de 100 Huysen ijn verbrandt, en verscheyde Menschen om gekomen. Den Sweedtsen Veltheer Wrangel heeft niet alleen de ghenomen Hollandtsche Kaegh de Eygenaers gherestitueert; maer willende verhinderen de Caerijen der Engelse Sloepen, heeft 2 der selver aen gehaelt, op het Landt doen trecken, en haer Riemen in stucken gebroken.NEDERLANDEN.Uyt 's Landts Vloot den 19 Septemeber, 1666: doen-maels te Ancker leggende in de vlacke Zee Zuydt-Zuydt-Oost 6 mylen van Duynkerkcken. Zedert laetst hebben wy geen Rescontre met d'Engelse Vloot gehad, doch die niet vernomen: als dat een Galjoot advys heeft gebracht, dat deselve op den 15 deser heeft gesien voor Portsmuyden, sterck omtrent 60 Zeylen, en 8 a 10 daarbinnen; of daer sullen willen blyven, omme op de Franse Vloot te passen, weet men niet: daer zijn 2 Galjooten afgesonden, omme gedachte Franse Vloottot Brest daarvan te waerschouwen. De Windt sedert laetst beginnende wat Noordelijck te waeijen, en wy met een Noord-Westen Windt voor Bologne op een Lager-wal zijnde; soo zijn wy op den 18 deser van daer onder zeyl gegaen, om weder de Hoofden te rugh te passeeren, en te leggen daer te leggen waer wy te vooren gelegen hebben, en den Vyandt daer af te wachten: doen-maels quam in de Vloot den Grave de la Fruillade, afgesonden van den Coning van Vranckrijk, die des anderen Daeghs als heden weder vertrocken is; en zijn wy nu weder ghekomen op de voorgaende Rendevous. Op heden vertreckt den Heer Secretaris Nieupoort nae 's Gravenhage.Oostende de 20 September.Alhier is gearriveert het Convoy, uyt Spangie komende, bestaende in 14 Schepen; doch zijn maer 13 binnen, het ander heeft door contrarie Windt niet konnen inkomem. Het Convoy nae Engelandt leght gereet, om te vertrecken.Vlissingen den 21 September.Onse Vloot seyt weder voor het Noord-Voor-landt, en de Engelse voor een gedeelte in Wicht: men seght oock, eenige Schepen op de Revier zijn, seer beschadight.Middelburgh den 22 SeptemberHier is een Scheepje uyt Vranckrijck gearriveert, komende recht door het Canael, heeft op Maendagh 's Landts Vloot gesien by 't Noordt-Voor-lant. Op Gisteren quam tot Vlissingen een Oostendenaer, die, in compagnie van noch 13 andere Oostendenaers, uyt Spangie komende, in 't Canael van de andere was afgeraeckt: de Maets, daer op zijnde, senden in haer compagnie een Engels Schip gehadt te hebben, komende van Mallega, geladen met Rozijn en Wijnen: dan 't selve was in Zee door een Zeeuse Caper genomen.Rotterdam den 22 SeptemberOp Gister quam de Heer Secretaris Nieupoort uyt 's Landts Vloot, en vertrock na den Hage: En nu aenstants komt Tydinge van Sluys, dat gedachte Heer Nieupoort, dese Morgen ten 10 Uren, daer gepasseert is, gaende weder na de Vloot.Antwerpen den 23 Septemb.Vande Weeck zijn hier drie valsse Munters gevangen, een is 't ontsnapt, [.]ien seght al bekent hebben, dat veel valsse Coninghs Ducatons hebben geslagen en uytgegeven. Men stroyt hier niet als quade Tydinge van de Hollanders; doch daer niet van en volght. By Luyck seght men dat eenig Fransse Troupen souden trachten te komen logeren. Heden komt hier de blijde Tydinge van 't Arrivement van de Spaense Schepen, gelade met veel Silver, tot Oostende.'s Gravenhage den 23 September.Den Heer Secretari Nieupoort quam Eergisteren hier uyt 's Landts Vloote, met Brieven van den 19 deser van den Heer Lt. Admirael de Ruyter self, als wanneer deselve in goeden stant weder voor Duynkercken was gekomen; waer op Vergaderingh geleydt zijnde, is gemelden Secretaris den volgende Nacht weder na de Vloot gesonden: of nu de Vloot daer sal blijven, of ergens elders heen zeylen, is gants ongewis. Men heeft gesproocken van de onpasselijckheydt van den Lt. Admirael de Ruyter; en nae men verstaet, so soude in of aen sijn Keele, door een Vlock van brandende Hennip, van een Stuck van zijn eygen Schip komende, wat beseert zijn; daer oock eenige Koorts by ghekomen soude wesen: maer doen ghemelden Secretaris van Boort gingh, was het vry beter, soo dat weder de Tafel begonde te frequenteren. d'Engelese Vloot soude sig tot Portsmuyden op houden: men vertrouwt, dat deselve vry beschadight is: of nu met dese Windt uyt het Canael sal komen, is onseecker. Den Brief, van haer Hoogh Mog:, aen sijn Majesteyt van Groot Brittagne ghesonden, is nu in druck, en kan by deselve gesien werden, hoe yverigh desen Staet, met ware Bewijsen, alsins na de Vrede heeft getracht, en noch tracht: waer op men te gemoedt siet, of van d'Engelse zijde nu anders als met protestatie sal werden gheantwoordt. Van den Ritmeester Buat verneemt men noch niet naeder. Den Heere van Oudijck, hier gekomen zijnde, is daer nae weder vertrocken na zijn Timmeragie in Zeelandt. Men twijffelt of wel eenighe Heeren Gedeputeerdens nae de Vloot mochten gaen; ghelijck voor desen is geschiedt.'s Gravenhage den 23 SeptemberVan 's Landts Vloote heeft men noch geene nader Tijdinge, als die den Heer Nieupoort heeft gebracht: Men twijffelt niet, of de Vloot sal noch omtrent Duynkercken zijn verwachtende d' Ordres van den Staet. Op heden acht men de Solemnisatie van 't Huwelijk tot Cleef te geschieden. En volgens de Brieven van daer, verstaet men, dat voorleden Maendagh, den Heere Cheurvorst van Brandenburgh, met de Vorst van Nieuburgh tot Dusbergh, een half Uur van de Roer, soude aboucheren, en van sijne Furstelijcke Doorluchtigheyt soude werden getracteert.Amsterdam den 24 SeptemberVan Engelandt zijn dese Weeck geen Brieven; apparent werden deselve by d' Engelse self op gehouden, omme te ontduysteren den Toestant van hare Vloot, daer men seght, dat de Pest op ontsteecken is, en van 't harde We'er seer beschadight soude wesen. Onse Vloot onthout sigh op de hooghte van Duynkercken, zijnde van daer niet nieuws te verwachten, voor de Engelse af komen, of 's Landts Vloot most met deser Zuydt-oostelijcke Windt weder 't Canael inloopen. Dat de Franse schryven, dat Monsr. de la Feuillade nae 't Schip van den Heer de Ruyter was getrocken, omme de Franse Volontairen daer te commanderen, schijnt abuys te wesen, alsoo aenstonts weder vertrocken is. Men sal in 't korte vernemen, of d' onse de Fransse Vloot, daer nu zijn, sullen afwachten, als oock d' Engelsse. Uyt de Sont siet men 16 a 18 Oorlog-schepen te gemoet met eenighe Coop-vaerders. Van Bergen in Noorwegen is Tydinge, dat aldaer eenige van onse Caribes-vaerders waren gearriveert, daer onder een, die een Engelse Prijs by sigh hadde. Burgermeesteren ende Regeerders des Stadts Monickendam, waerschouwen mitsdesen een yegelijck, aenghesien de ghewoonlijcke Herfst Beeste-marckt binnen deselve Stadt, jegenwoordigh is komende op de ordinaris Maentlijcke Bedendagh, van Woensdagh den 6 October aenstaende, dat daeromme deselve Beeste-marckt, als nu sal worden genomen ende gehouden des Daeghs daer aen, zijnde Donderdagh den 7 der voorsz. Maent October; waer naer een yegelijck, de selve genegen zijnde te frequenteren, hem sal kunnen reguleeren. Op Dingsdag toekomende den 29 Septemb. 1666. nieuwe stijl, zijnde den 19 dito oude stijl, sullen tot Uytrecht verkocht werden, de naergelaten Boecken van Doct. Jacobus vander Voort zalig;, in sijn leven Canonic van St. Marie, bestaende in veele uytmuntende, raeckende de Theologie, en bysonderlijck Heremitici of Chemici, daer af de Catalogus sullen konnen gesien werden, tot Haerlem by Passchier van Wesbus, tot Leyden by Salomon Wagenaer, tot Rotterdam by Isaac Neranus, tot Amsterdam by Joannes Ravesteyn, en in 's Gravenhage by H. van Heyningen, &c. Wert een yder mits desen bekent ghemaeckt, dat de Post-wagens van Naerden over de Furstlijcke Hof-stad Osnabrugh op Minden, directe na Hamburgh, als mede het gantsche Lant Bronswyck, tot Berlijn, en Koninghsbergh in Pruyssen; als vorder by de Biljetten bekent sal gemaeckt werden: sullen wederom hun aenvanck nemen op den 27 deser Maendt September; zijnde Maendagh en daer aen volgende Vrydagh, ende soo alle Maendagh en Vrydagh continueren: Yemant hem van dese sekere, en spoedige commoditeyt willende dienen, vervoege sigh op de voorseyde Dagen met de Treck-schuyten op Naerden voornoemt, in 't vergulde vliegende Hert, alwaer het Post-Comtoir sal werden gehouden, en sullen de Wagens naermiddagh ten 6 Uren precijs afrijden, alwaer daer maer een Mensch. Gedruckt to Haerlem, by ABRAHAM CASTELEYN, Stadts Drucker,op de Marckt, in de Blye Druck. Den 25 September, 1666. 
van Heijningen, Cornelia (I9471)
 
152

Overeleden op het schip "Standvastigheid" onderweg naar Batavia

 
Collaart, Pieter (I2027)
 
153

Overleden om 8:00 uur te Zalk wijk B nr 36

Aangevers Willem Landman, 49 jaar, arbeider te Veecaten

Jan Goudbeek, 28 jaar, arbeider te Veecaten

 
Post, Derkje (I9007)
 
154

overleden op 22 jan 1772 op het schip "Huis te Krooswijk" op weg naar Batavia

 
Kollaart, Sijmon (I2029)
 
155

Overleden: achter den nieuwen muur [thans voorstraat] nummer 59

 
Westerink, Hendrik (I1654)
 
156

Overledene Hendrik Scheenloop , leeftijd 31 jaar

Vader Machiel Scheenloop

Moeder Elizabeth Smit

Echtgenoo/te Susannna van Belois

Plaats Rotterdam

Datum overlijden 24-05-1881

Opmerkingen akte nr. 1810

Geboorteplaats Brielle

Bron Rotterdam 1881 b114

 
Scheenloop, Hendrik (I1609)
 
157

Overledene Jacoba Scheenloop , leeftijd 52 jaar

Vader Hendrik Scheenloop

Moeder Elisabeth van Velsen

Echtgenoo/te Johannes Leemans

Plaats Rotterdam

Datum overlijden 07-01-1886

Opmerkingen akte nr. 117

Geboorteplaats Brielle

Bron Rotterdam 1886 a021

 
Scheenloop, Jacoba (I233)
 
158

Overledene Jacobus Scheenloop , leeftijd 36 jaar

Vader Machiel Scheenloop

Moeder Elisabeth Smit

Echtgenoo/te Josina Maria Otterdijk

Plaats Rotterdam

Datum overlijden 13-05-1892

Opmerkingen akte nr. 58; overleden te Amsterdam

Geboorteplaats Hellevoetsluis

Bron Rotterdam 1892 s033v

 
Scheenloop, Jacobus (I1610)
 
159

Overledene Willem Scheenloop , leeftijd 33 jaar

Vader Machiel Scheenloop

Moeder Elizabeth Smit

Echtgenoo/te Deliana Hatenboer

Plaats Rotterdam

Datum overlijden 25-06-1885

Opmerkingen akte nr. 2371

Geboorteplaats Brielle

Bron Rotterdam 1885 c009 
Scheenloop, Willem (I1608)
 
160

Overlijden :

Bron Burgerlijke stand - Overlijden

Archieflocatie Gelders Archief

Algemeen Toegangnr: 0207

Inventarisnr: 3440

Gemeente: Oldebroek

Soort akte: overlijden

Aktenummer: 23

Aangiftedatum: 15-03-1848

Overledene Grietje van Ommen

Geslacht: V

Overlijdensdatum: 14-03-1848

Overlijdensplaats: Oldebroek

Vader Jan Alberts van Ommen

Moeder Jannetje Zeiger

Partner Jan van Oene

Relatie: weduwe

Nadere informatie dooppl: Oldebroek; oud 82 jaar; beroep overl.: landbouwster; beroep vader: geen beroep vermeld; beroep moeder: geen beroep vermeld

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 
van Ommen, Grietje Jans (I9109)
 
161

Papiermaker op: Tiemensmolen II.
Harmen was voor 2/3 deel eigenaar van de molen.
Willem en Jan Cortenbrink waren eigenaar van de andere delen.
Rond 1747 volgt zijn zoon Jan hem op.
Bij zijn overlijden woonde hij nog wel op de molen.
De dochter Isabella was getrouwd met de papiermaker Hendrikus Oosterwijk in Ootmarsum.


In an assessment list of 1742, Harmen Sebus was registered as co- owner of a papermill with Cornelis Willem Meyerink. There did not seem to be any family relationship between them. Harmen also owned some land used to produce hay. In Dec 1747 and also on 2 May 1749, Harmen Sebus Sevenhuysen and his wife Aaltje Teunis were living next to the papermill where his son Jan was now in charge since he had retired and was listed as a "capitalist". Harmen Sebus died 17 Dec 1760 on the Tiemensmill (de olifant), the same mill where in 1782 his son Jan had died. This mill was built in 1619 and appears on a map showing all the mills in Apeldoorn. During the 17th and through the 19th centuries the paper industry flourished in this area because of the purity of the water available there.


 

 
Sevenhuijzen, Harmen Sebus (I3014)
 
162

Ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw,


 

 
de Gelder, Mr. Willem Jr. (I389)
 
163

schepen van oud beijerland 1591-1594. woonde aan de zinkweg te oud-beijerland

 
de Regt, Pieter Adriaansz (I1545)
 
164

Smederij aan de Nieuwe Molstraat 48 te Den Haag


Woonde aan Nieuwe Molstraat 48a te Den Haag


 

 
Cusell, Carel Jacob (I421)
 
165

SURN van GELDER


DBNL / Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 8


GELDER (Arent van), schilder, geb. 26 Oct. 1645 te Dordrecht, gest. aldaar kort voor 25 Aug. 1727. Eerst leerling van Samuel v. Hoogstraten te Dordrecht, vervolgens, vermoedelijk 1661-62, van Rembrandt te Amsterdam, wiens schildertrant hij meer dan eenig ander in zich opnam en op zijn eigen manier verder ontwikkelde. Ver van de groote markt, te Dordrecht, vrijgezel, vroolijk en vroom, als schilder werkzaam in een stijl, die juist uit de mode was geraakt, heeft hij het bij zijn leven niet tot algemeene bekendheid gebracht en blijkbaar ook geen leerlingen gevormd. Eerst in de negentiende eeuw, met het herstel van Rembrandt's roem, trad zijn naam met zijn werken, die grootendeels aan Rembrandt waren toegeschreven, op den voorgrond. Het geniale van zijn werk ligt noch in de teekening, noch in de karakteristiek van zijn koppen, die beide zwak, soms zelfs gebrekkig zijn, maar in zijn fantastische ruimteschildering, zijn magische lichten, die ruimtevormend vaak uit een onbekende bron in het midden van het doek vallen en alles wat voor, achter of zijlings zich bevindt in een huiverig donker dompelen. Hierbij komt nog een romantische liefde voor oostersche pracht, die hem, evenals Rembrandt, tallooze schilderachtige mogelijkheden opende, en die vermoedelijk zijn voorliefde voor het Oude Testament mede bepaald heeft. De prachtige Abraham met de engelen, nu in Mus. Boymans te Rotterdam, kan als type dienen. De historie is zijn hoofdgebied, voor portretschilder ontbreekt hem de scherpe lijn, echter was een zijner laatste schilderijen een zeer sprekend portret van Boerhaave; andere gebieden heeft hij nauwelijks betreden. Zijn schilderwerk bevat omstr. 300 nrs., waaronder meer dan 100 bijbelsche voorstellingen en tegen de 100 portretten. Karakteristiek voor zijn techniek is het, dat er zoo goed als geen teekeningen van zijn hand bestaan. Zijn zelfportret, waarop hij zich voorstelt een oude vrouw schilderende, is in het Städelsche Kunstinstitut te Frankfurt a.M.

 
de Gelder, Arent (I9501)
 
166

Tekst uit trouwboek NH:


1734 Den 8. Januarij Ingew.


Jan Van Coot J.M. Woonende aan Zeeburg; gehoorende Onder de Gerechte Van Diemen met Hester Cuijper: Weduwe van Pieter Ouwater Wonnende tot Muijden. Deze na dat hare drie huw Gebooden soohier als tot Diemen Wettig en onverhindert waren uijtgeropepen: zijn op den 4. Januarij; alhier in onze Kerck in den huwelijeken staat bevestigt.

 
Gezin F280
 
167

Testament van Annetje Hoogwerf, weduwe van Arie van der Weer te

Brielle. Zij prelegateert aan Lijsbeth Sivers te Dordrecht een

zilveren kop met dito lepels, aan Lijsbeth Jacobs Bartijn een

zilveren beugeltas, aan Jacob Bartijn het huis waarin zij woont en

aan Maartje Bartijn te Dordrecht haar huis en erf in het Noordeinde

te Brielle, naast de Rode Koe. Universeel erfgenamen zijn genoemde

Jacob Bartijn te Brielle en Maria Bartijn te

Dordrecht. Voogd over

minderjarige erfgenamen is Jacob Bartijn. Seclusie weeskamer.

Getuigen Jan Bronkhorst (signeert Jan Boekhorst) en Leendert

Vermeulen.

Aktedatum 19/10/1730

Toegangsnummer 110 Notarissen

Inventarisnummer 1056

Aard van de akte testament

Naam notaris Pieter Ploos van Amstel

856 Jacob Christiaens Bartijn, ged op 5 jun 1689 te Zuidland, schoenmaker, koster Grote Kerk Brielle, begr op 22 mrt 1735 te Brielle, geh op 20 aug 1709 te Brielle met857 Elisabeth Arens Knap (Lijsbeth), ged op 9 nov 1688 te Brielle, overl op 2, begr op 7 mei 1735 te Brielle (grafzerk in Grote Kerk) 

Bartijn, Jacob Christiaens (I1633)
 
168

Uit de Smidse te Poortugaal (http://www.oudheidkamerrhoonpoortugaal.nl/nieuwsbr.archief/Nieuwsbrief%205/5.4.htm) :

Cornelis Kok koopt 21 mei 1863 een pand aan de zuidzijde van de Dorpsstraat een vestigt zich als zelfstandig hoefsmid. Cornelis van der Sijs overlijdt 18 oktober 1881 en Lijntje Rietveld 13 mei 1883, beiden in Poortugaal. Op 4 juli 1883 verkopen de erfgenamen de smederij met woonhuis en erf aan de timmerman Jan Huibrecht Vermaat en zo komt er een einde aan de eeuwenoude smidse. Het pand wordt omgebouwd tot drie woonhuizen. Thans is hier een administratiekantoor gevestigd. In de smederij verder in de Dorpsstraat nr. 60 (nu is hier een dierenspeciaalzaak gevestigd) begint Cornelis Kok dus een smidse. Meer dan een eeuw lang had hier de chirurgijn van Poortugaal gewoond. In 1755 komt Willem Bartijn uit Brielle als chirurgijn naar Poortugaal. Vervolgens koopt Johannes van Bullinger, mr. chirurgijn, in 1782 het pand. Na zijn overlijden op 15 september 1802 koopt Bernardus Lengkeek het pand, zijnde een "sterck welgelegen huis met erve en stallinge". Bernardus Lengkeek, chirurgijn, zoon van Ary Lengkeek, chirurgijn te Rhoon, en Ariaantje Braat, is getrouwd op 13 oktober 1802 te Rhoon met Jaapje Kleine Japhetsdr. uit Roozand. 
Bartijn, Willem Jacobsz (I1644)
 
169

Van beroep is hij meester kleermaker. Vestigd zich te Delft omstreeks 1648.

Ze zijn geboortig uit Geldere. Bijden zijn zijn overleden in Delft en in een kerkgraf in de Oude Kerk begraven. 
ter Smitte, Jan Jacob (I4285)
 
170

Zij wonen tot 1653 te Voorburg

Zij wonen tot 1660 Haagambacht

Zij wonen tot 1662 te Wassenaar 
Persoon, Aryen (I4297)
 
171

Zij wonen tot 1653 te Voorburg

Zij wonen tot 1660 Haagambacht

Zij wonen tot 1662 te Wassenaar 
van Heyningen, Neeltge (I4298)
 
172

[*Geboorteregister 1867, Bolsward, Pagina B12]


[*http://amersfoort.digitalestamboom.nl/detailx.aspx?ID=85150&book=O&app_route=8]


[~Johan]


 

 
Huizinga, Johannes (I48)
 
173

[=van Oyik]


[=van Oijik]


[=van Ojik]


 

 
van Oijck, Jannetje (I850)
 
174

[Maria Stevens] ?

[Marritje Steevens] ?

[Maartgen Stevensdr.] ?

 

12kinderen 
Stevens, Maartje (I4303)
 
175

[~Dirk]

 
Bouman, Didericus Johannes (I1152)
 
176

[~Tjilmes]

 
de Vries, Tjelmer Everts (I837)
 
177

[~Truus]

 
van der Wilden, Geertruida Sara (I4515)
 
178

[~Willy]

 
Kollaard, Wilhelmina (I64)
 
179

_UPD 15 OCT 2009 14:34:35 GMT+1

 

SURN Karsten

 

_UID C0B75B7D-5FF1-44DA-BB6E-FE0C1DDF24BF_UPD 15 OCT 2009 14:34:35 GMT+1

 

SURN Karsten

 _UID C0B75B7D-5FF1-44DA-BB6E-FE0C1DDF24BF

 
Karsten, Karst Jacobs (I9268)
 
180

_UPD 15 OCT 2009 14:43:56 GMT+1

 

SURN Veenhof

 

_UID A387294B-DCD6-4340-970C-2BEB455F25F7_UPD 15 OCT 2009 14:43:56 GMT+1

 

SURN Veenhof

 _UID A387294B-DCD6-4340-970C-2BEB455F25F7

 
Veenhof, Grietje Geerts (I9269)
 
181 Aangenomen familienaam Westra, Trijntje Edses (I3227)
 
182 Aangenomen Familienamen Westra, Trijntje Edses (I3227)
 
183 Abraham Fros was medewerker van de OD in Den Haag/Loosduinen en werd op 13 maart 1942 gearresteerd tijdens een arrestatiegolf van OD mensen door het hele land. Bij zijn arrestatie had hij veel belastend materiaal bij zich, dat hij met een list wist weg te werken, waardoor veel van zijn vrienden het leven werd gered. Hij zat gevangen in Scheveningen, Amersfoort, Vught en Haaren. In april 1944 werd hij ongeneeslijk ziek verklaard en hierdoor vrijgelaten. Hij dook onder in het voorjaar van 1945 en was destijds werkzaam bij de in september 1944 gevormde B(innenlandse) S(trijdkrachten). Zijn tweede arrestatie volgde in het voorjaar van 1945 door de Landwacht in Zwolle. Ook toen droeg hij belastend materiaal, diverse BS armbanden en illegale papieren bij zich. Hij werd ernstig mishandeld en op 10 april 1945 bij de Zwolse IJsselbrug (Katerveer) gefusilleerd. Fros, Abraham (I2055)
 
184 Adelborst (cadet) onder kapitein Hendrik van den Clooster 1675, in het garnizoen te Breda 1690, met zijn vrouw lidmaat te Maastricht van Nijmegen 25 april 1688, naar Breda 5 december 1689, met attestatie van Breda te 's-Hertogenbosch juli 1693, naar Nijmegen 26 april 1698. van Schreven, Herbert (I3394)
 
185 akte 14 Terleth, Nicolaas (I2602)
 
186 akte 1451 Terleth, Katriena (I2606)
 
187 Aktenr. : 099 Westra, Trijntje Edses (I3227)
 
188 Als volmacht van Oostwold komt in een dijkbrief van het Oldambt van 16 februari 1441 voor Hemme Ubekens. Als Hemmo Ubekens compareert hij als volmacht voor het Oldambt op 20 mei 1454. De Oratio die de betrokken overeenkomst aanhaalt noemt hem Hemmo Huninga, terwijl met hem dan voorkomen onder meer Ailco Weynga, Febo en Tyacko Poptada en Dodo Tiddinga. In 1441 worden genoemd o.m. Remco Gogkynghen (Gockinga) te Noordbroek, Ebele Huwerdes (Houwerda?); elders werd Luwerdes gelezen, te Meeden, Ailke Ungyngha (= Weynga) te Eexta, Ype Kampinga (=Camminga?) te Scheemda en Tyacke Popta (=Poptada) te Scheemda. In het midden van de 15e eeuw blijken de Huninga 's, evenals reeds ca 1400, dus gegoed te zijn in Oostwold. Volgens van Rhenen huwde hij met Ideke, dochter van de van 1398 tot 1428 vermelde Menno Houwerda; Hommes daarentegen noemt als zijn vrouw Gedeke Weynga. Mogelijk is Hemmo tweemaal gehuwd geweest. Huninga, jonker Hemmo Upkes (I1489)
 
189 arbeider later veenbaas (1768, 1787) te Rijperkerk, overl. aldaar 1794; op lidmaat lijst Rijperkerk 1789 (de Streek); een arbeider, die de kost wint en niet meer, 2+3, 20- 9; DAN K13 125; TIE S24 280, 281, 282, 283, 471, 472; S25 59; S26 183; S27 25, 64; L d.d. 1 jul 1794 ( ... de crediteuren van de

gerepudieerde boedel van P.H.);(kinderen geboren/gedoopt te Rijperkerk).

 
Algera, Pieter Halbesz (I3311)
 
190 Archief Provincie FR: Westra, Eelke Edses (I3225)
 
191 armvoogden van den dorpe Veenwouden schrijven en ondertekenen een Westra, Eelke Edses (I3225)
 
192 At Johannes' death Peter Bakker 42 years old, a labourer, was the informant and Gijsbert Ketel 32 years old, an errand boy, was a witness. Johannes was listed as a watchmaker, his widow Hendrika Zevenhuisen was still living but his parents were both dead. Beeuwkes, Johannes (I1618)
 
193 Became member of the Reformed Church of Kampen on 22 December 1580. Eeckholt, Deputy to the Admiralty of the, North (Noorderkwartier) Roelof Lambertsz (I2070)
 
194 Became member of the Reformed Church of Kampen on 22 December 1580. Worst, Hille (I2071)
 
195 Begraafplaats Westduin Cusell, Elizabeth Johanna (I6)
 
196 Begrafenis Tiddinga, Doedo Luwerts Augustinus (I1468)
 
197 Begrafenis Leeuwenburg, Lijntje Jansdr (I3082)
 
198 Begrafenis Leeuwenburg, Jan Jans (I3102)
 
199 belijd O'meer 21feb1728, att nr. Rijperk. 19 nov 1755; heeft daarvoor al van

ca. 1740-1752 gewoond onder Bergum aan de kant van Veenwouden

 
Oedses, Trijntje (I3309)
 
200 belijd. Oostermeer 21 feb 1728; att. naar Rijperkerk 19nov1755, maar woont

1741 onder Veenwouden, voor 1748 te Bergum (quot.: gemeen boer, wint de kost en


niet meer), 34-17); speciekohier 1748 Bergum 9, 1752 nr 106, 1753 Rijperkerk


23, 1780 beiden overleden; 1758-1778 gebruiker Rijperkerk stem 9 (110 pdm)


S19 332; S24 283

 
Hendriks, Alle (I3308)
 

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 ... 22» Volgende»