Aantekeningen
Treffers 51 t/m 100 van 1,079
# | Aantekeningen | Verbonden met |
---|---|---|
51 |
| van Tetterode, Cornelia Wilhelmina (I4455)
|
52 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I3729)
|
53 | Aktesoort boedelscheiding Datum 20/01/1748 Archief DLFS Delfshaven Inventarisnummer 3891 Aktenummer/Blz. 6/39 Notaris Adriaen Hoogop
Verdeling van de boedel in de nalatenschap van Dorothea Campel, eerst weduwe van Coenraad Doorman, vrouw van Otto Hop ,overleden op 22 oktober 1747 te Delfshaven Erfgenamen:
De roerende goederen getaxeert door Catharina Verbrugge, echtgenote van Jan van Sandijk op 28 november 1747.
Aktesoort attestatie of verklaring Datum 20/01/1748 Archief DLFS Delfshaven Inventarisnummer 3891 Aktenummer/Blz. 5/35 Notaris Adriaen Hoogop
Verklaring over de boedelinventaris van de nalatenschap van Dorothea Cambel, eerst weduwe van Coenraad Doorman, vrouw van Otto Hop, ankersmit. Overlijdensdatum 11-10-1747
Men verklaart dat de inventaris van de boedel deugdelijk is opgemaakt en bevestigt dit onder ede.
| Campbel, Dorothea (I2252)
|
54 | Bolloper, bolloopster | Lammersma, Teuntje Jans (I1670)
|
55 | wonende aen den Noordendijck | Wandelaer, Sara Dirks (I9141)
|
56 | woont in den Heermanssuisstraat | Stoel, Lijsbeth (I9136)
|
57 | in de kerk; kleed van 1½ gld. DTB Hillegersberg Begraven kerk | Noordhoek, Ingetje Pietersd (I9202)
|
58 | De huidige Lombartstraat herinnert aan de 1ste en 2de Lombardstraat, die voor het bombardement in mei 1940 in deze buurt lagen. De Lombardstraat wordt reeds in 1357 genoemd. Het is wel aan te nemen dat ze haar naam dankte aan de eerste lombardhouders, die hier hun tafel van lening en wisselkantoor hadden. In 1340 had Willem IV, graaf van Henegouwen, aan de stad vergunning verleend, om de vrijbrieven voor de Lombarden door haar schepenen te laten bezegelen. In 1370 worden dan vrijbrieven als tafelhouders gegeven aan Robbert Bestant en de gebroeders Taglert. Hun woonplaats wordt niet opgegeven, doch de naam Lombardstraat bewijst, dat zij of voorgangers gehad hebben, of dat in 1370 de vrijbrieven, aan hun gegeven, slechts verlengd zijn. Pas later is de straat onderscheiden in 1ste en 2de Lombardstraat. De straat liep van de Pompenburgsingel naar de Kaasmarkt. Bij besluit B. 30 juni 1942 werden de namen ingetrokken. | Kollaart, Johannes (I40)
|
59 | Bij overlijden: ongehuwd zijnde geweest. | Kollaardt, Johannes (I575)
|
60 | Familienaam Van Soest komt onmiskenbaar uit het Utrechtse Soest. De familie belandde via het Betuwse Ingen in Brielle. Nog lang werd de naam in akten, en ook door de familie zelf, geschreven als Van Soest. Tot er, volgens een oud familieverhaal, ergens in de negentiende eeuw een brief van de gemeente op de deurmat belandde waarin de familie gesommeerd werd de naam als Van Zoest te schrijven. De familie was hierover zeer ontstemd, en nog lang bleef sindsdien verwarring bestaan over de juiste schrijfwijze. Bron: Frits Stoffels (https://sites.google.com/site/kollaardweb/namenbetekend) | van Soest, Frederik (I25)
|
61 | Het Burgerboek van Kampen vermeldt: "Den 2 februarij 1683. Egbert Lammertinck geboren van Delden sal der stadts meente niet mogen beslaen, gratis." | Lambertinck, Engbert (I3495)
|
62 | In de volkstelling van 1795 is te vinden dat hij woonde in de Geerstraat zuidzijde (Wijk I - Boven Wijk der Stad Campen). Hij had toen een gezin van 6. | Bruggink, Gerrit (I1400)
|
63 | Is rond 1770 vanuit Kehmel/Taunus naar Den Haag verhuisd | Vogel, Johannes (I9935)
|
64 | Na zijn huwelijk in 1749 woonde hij aan de Zwartendijk. Hij deed belijdenis voor Kerstmis 1756 en woonde toen in het Cellebroederskwartier te Kampen. | van Eekeren, Klaas (I2738)
|
65 | Op basis van patroniem | de Gelder, Jan (I4943)
|
66 | Op basis van patroniem | Kluite, Jacob (I4944)
|
67 | Overleden op dezelfde dag als zijn twwede vrouw Jannegien Winters. | van Eekeren, Hendrik (I2752)
|
68 | van Nassouwen | Lijsbet Jans (I9907)
|
69 | Wonende Banketstraat | Gezin F3346
|
70 | Woonde aan de Groenmarkt, Dordrecht | Volgraaf, Ida (I2315)
|
71 | Woonde in de Botjesstraat, Dordrecht | Langeweg, Bartholomeus (I4345)
|
72 | Woonde in de Kleine Spuistraat, Dordrecht | Langeweg, Gerrit Bartholomeus (I2314)
|
73 | Woonde in Den Haag:
Bilderdijkstraat 20B Koningin Emmakade 34 Obrechtstraat 115 | Steinmeier, Johan Frierich Ernst (I9559)
|
74 | Woonde in het Cromhout, Dordrecht | Baijens, Judik (I4346)
|
75 | Woonde rond 1843 in Uithuizen, Groningen | Huizinga, Johannes Binnerts (I1671)
|
76 | [=Bakhausen] [=Bakhousen] | Bakhuizen, Eva Catharina (I9674)
|
77 | [=Hannenberg] | Hanenberg, Adriana (I4923)
|
78 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I386)
|
79 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1199)
|
80 | [~Bertus] | Cusell, Gijsbertus (I1183)
|
81 | [~Dina] | Peuscher, Diena (I2522)
|
82 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I9837)
|
83 | [~Louwerijs] | van der Beek, Louwerijs (I9172)
|
84 | [~Louwijs] | Volgraaf, Matthijs Hermans (I4347)
|
85 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I9550)
|
86 | [~Sina] | Fros, Ida Johanna Gesina (I466)
|
87 | [~Tona] | Roos, Antonia (I9173)
|
88 |
Rika of tante Rika,zoals Bob's tweede echtgenote genoemd werd, was zeer artistiek en veel meer bij de hand dan zijn eerste vrouw. Op latere leeftijd werd zij doof, hetgeen een normaal gesprek met haar heel moeilijk maakte. Zij had een ongewoon schelle stem, die misschien een voorbode was van de geestelijke gestoordheid die haar in haar laatste levensfase trof. Zij werd toen in het krankzinnigengesticht te Buitenzorg verpleegd. Zij had een afschuwelijk levenseinde in 1944. De Japanse bezetters hielden meedogenloos opruiming onder bejaarde verpleegden, zeker als zij blank waren. Nutteloze bejaarden noemden zij hen. Zij sloten haar met een aantal lotgenoten op in een grote bamboe-kooi en dompelden die telkens weer onder in een rivier tot allen gestorven waren. | de Gelder, Johanna Frederika (I1880)
|
89 | (Medical):Timmermansknecht   Famileie van Eune Web Site geeft 23 sept 1772 als geboortedatum in Naaldwijk | Tersmette, Leonardus (I4253)
|
90 | - Uitreksel begraaf register zie map 2 tab 4 blz 7   Begraven op 28 sept 1809 Was woonachtig Watersteeg A'dam | Tersmette, Ariaantje (I4259)
|
91 | ----Bouwina was christened as Bouwe, but later the name was Bouwina although she herself also used Bouwijna. ----In 1698 Bouwina, not married, gave birth to a daughter Mara, the father of whom she married after some 2 years. Mara is in the Beerta baptism book as "het kindt van Bouwina Huninga nae haer voorgeven overgewonnen van Berent Melchers is genoemd Mara." ----Bouwina does not become a member of the church until April 3, 1704 and thus is not called to judgment of the church for her "bad behavior" as was customary. Even civil authorities often fined unmarried mothers, but her name does not appear in the registers, Her husband Berend Melchers, however, is fined 250 guilders between "petri" (2 Febr.) 1699 and petri 1700 for "wegens verscheidene begane delicten" (for various felonies). Maybe the illegitimate child was one of them? (A.Veldhuis). ----For many details about Bouwina and Bouwina's possessions, listed when her husbands died in order to decide properly about the inheritance see the article by Antonia Veldhuis in Huppeldepup 4(1):10-12 (1997) and in her booklet "Van Bouwe tot Bouwina." --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Bouwina droeg in 1705 met haar man hun aandeel in de Huningaborg - verkregen na overlijden van broers - over aan haar zuster Senske en man -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Over Bouwina. Bouwina wordt gedoopt als Bouwe, maar later wordt de naam Bouwina. Zelf noemt ze zich Bouwijna, waarmee ze ook altijd tekent met een mooie en duidelijke handtekening. In 1698 is Bouwina nog niet getrouwd, maar wel schenkt zij dan het leven aan dochter Mara, met de vader trouwt ze ongeveer twee jaar later. Mara wordt in het doopboek van Beerta genoemd als "het kindtvan Bouwina Huninga nae haer voorgeven overgewonnen van Berent Melchers is genoemd Mara." Mara wil zoveel zeggen als 'bitterheid'. Het is onduidelijk naar wie deze Mara is vernoemd. Bouwina wordt niet direct lidmaat van de kerk. Dit gebeurt pas op 3 april 1704 als ze belijdenis doet en dat komt mogelijk door, wat de kerk noemt, ´haar slechte gedrag´. Vaak wordt iemand die een dergelijke 'overtreding' maakt niet als lidmaat opgenomen, maar in haar geval gebeurt dat dus wel, maar iets later. Ook is zij door de kerk schijnbaar niet 'ter verantwoording' geroepen. | Huninga, Bouwina (I1446)
|
92 | ----The name Doedo Luwerts is from Menne Glas' NGV bulletin boards and from Harm Selling's kwartierstaat. The name Doedo Augustinus is from the genealogy of Paul Jager. It is assumed here that Luwerts is the patronym and that Augustinus is a family nickname. ----Is Sebo Abels (p.1188) right when he suggests that this Doede Luwerts Augustinus is identical to Doede Luwerts Tiddinga? ----Doedo farmed in Muntendam. ----Zuidbroek: landhuren en leningen 1564-1587 In den eerste Ulcko Augustinus verhuert 3 ackeren land tho Muntendam gelegen, jaarlijks voor 3 daler. Met 4 deymat land, yder deymat jaarlijks 1 daler. Ulcko vs. heft myt belevent erb. Rades syne broeder Doe Augustinus dese vs. landen overgedragen. De jaermalen uth up vs. huere tho ghebruken, act. den 29 aprilis 1564. Doe vg. Gheft nu jaarlijks de vs. 6 jaren lanck 10 Embder gl. In stede van Doe Augustinus is getreden Lubbert Harckens en geeft jaarlijks als voren gemeld. In platse van Lubbert Harckens is getreden Moder Tyackens en geeft jaarlijks als voren gemeld. ----Zuidbroek: landhuren en leningen 1564-1587 Doe Augustinus gheft jaarlijks 3 Groninger Rinsgulden XXX st. voer de gl. gerekent, af te lossen up mey dach met 50 ghelycke gulden. ----339-49 - fol.35 - AHG Zuidbroek - 26 Januari 1564. Ulcko Augustinus gebruikt 3 akkers te Muntendam - huur 3 daler, 29 april 1564 gaan de 3 akkers over op zijn broer Doe Augustinus, deze betaalt aan huur 10 Emder guldens. Doe wordt opgevolgd door Lubbert Harckens, terwijl Lubbert Harckens wprdt opgevolgd door zModer Tyackens. Laatstgenoemd betaalt eveneens 10 Emder guldens huur aan de kerk van Zuidbroek. ----GAG - IIIe -(262) - Wij borgemeesteren ende raedt der stadt GR doen kundt ende betugen midis desen, dat wij in der schelinge tusschen Doedo Augustinus contra Herman Lubberts den erntfesten amptman verordnet des appellants bescheijdt, soe he noch inbrengende worden sall t' ontfangen ende volgendts partijen gescheen tho laten als na rechte sall behoeren. Des sall oeck d' appellant sijn bewijss ende bescheijdt binnen een maendt tijdt in des amptamns handen overgheven, offte sall bij gebreke van dien des wederdeels ijdts gedane onkosten moeten upleggen ende betalen. Actum den Xllden januarij anno XVc veer ende tsoeventich. Dat oerkunde wij mit onsen upgedruckten signete. -731-7419- fol.8 -Zuidbroek -7 ju1i 1602- Luirdt Doens en Harmen Alberts, voorstanders over Augustinus Doens' oudste kinderen en Tiacko Doens en Luytien Benens, voorstanders over Augustinus Doens' jongste kinderen, accorderen met Aeijlcko Tijaedens en Wybbo Fockens, kerkvoogden in Zuidbroek dat desen iegen voor disen principaelen breffwaer in Doe Augustinus Hemmo Tijabbens ende Anna zyn huesfre. in anno dusent viff hundert negen ende tsestich den dre ende twintichsten aprill dre embder gl. jaerlix renten tbetalen Jarlix ende alle Jaeren jaert up mey dach toe lossen met vifftich embder guldens. Welcke breff den gedachten Hemmo unde Anne de kerckvoegeden tot profijt der kercke in anno dusent viff hundert twe ende 't seventich den ersten dach augusti voermelt een erb. Raets voersegelinge daer desen transfix verste is dorch getoegen. Welcke voergeschreven voersegelden brieff in esse krafft ende werden sall blijven ende oeck in alles niet affgetreden ende voemeyet worden dan dat de selve jaerlicke rente voor sorget wort met een embder gulden inde jaerlicke rente Jaarlijks dient er betaa1d te worden 15 gld. | Tiddinga, Doedo Luwerts Augustinus (I1468)
|
93 | 1585 Inname door de Herog van Parma van Antwerpen. Onmiddellijk begonnen de Zeeuwen en Hollanders de scheepvaart op de Wester en Ooster-Schelde te belemmeren. De scheiding tussen Noord en Zuid was hierdoor een voldongen feit. Geografische omstandigheden en de ligging achter de grote rivieren hebben het noorden voor Parma's opmars behoed. | van Heyningen, Jacob Jansz (I2206)
|
94 | 1585 Inname door de Herog van Parma van Antwerpen. Onmiddellijk begonnen de Zeeuwen en Hollanders de scheepvaart op de Wester en Ooster-Schelde te belemmeren. De scheiding tussen Noord en Zuid was hierdoor een voldongen feit. Geografische omstandigheden en de ligging achter de grote rivieren hebben het noorden voor Parma's opmars behoed. | Meesendr., Lijsbeth (I4300)
|
95 | 1587 Leicester verblijft een korte tijd in Engeland en komt terug met plannen om vrede te sluiten met Spanje; daardoor keren ook zijn calvinistische vrienden zich van hem af. Paulus Buys zat in de gevangenis en Leicester probeerde van Oldebarneveldt de opvolger van Paulus Buys voor zijn standpunt te winnen. Leicester faalde en keerde onverrichterzake terug naar Engeland. De Engelse hulp had echter vrij langdurige onaangename gevolgen. Als pand voor voorschotten, die Engeland had verstrekt moesten Den Briel, Vlissingen en het fort Rammekens op Walcheren worden afgestaan en zou Engeland bovendien twee zetels in de Noordnederlandse Raad van State bezet houden totdat de voorschotten waren terugbetaald. In 1615 en 1616 betaalde Oldebarneveldt deze voorschotten uit Leicesters tijd aan Engeland terug. 1589 Na de dood van De Guises en van Hendrik III van Frankrijk mengde Filips II zich aktief in de zaken van Frankrijk. Hij hoopte zelfs dat zijn lievelingsdochter Isabelle koningin van Frankrijk zou worden. Parma kreeg daarom opdracht de protestantse aanvoerder Hendrik van Navarre krachtig te bestrijden en deze te dwingen de belegering van Parijs op te geven. Ook hier behaalde Parma tal van successen, maar zij moesten zo duur worden betaald, dat er nagenoeg geen geld en troepen meer beschikbaar waren voor de strijd tegen het noorden en zeker niet om de verspreide Spaanse bezittingen in Oost- en Noord Nederland te hulp te kunnen komen. Hoe Parma zich ook uitslooft het wantrouwen van Filips II tegen zijn bekwaamste dienaar nam meer en meer toe. Kort voor Parma's dood had de koning zelfs bevolen de veldheer en landvoogd uit al zijn funkties te zetten en hem gevankelijk naar Spanje te sturen. | Geertruy Pieterse (I2207)
|
96 | 1609-1621 Twaalfjarig bestand tussen Spanje en de Noordelijke Nederlanden, als resultaat van jarenlange onderhandelingen. De Noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ging er in deze 12-jarige periode economisch sterk op vooruit, maar religieuze en politieke spanningen maakten dat van een verbetering van bestuur en militaire organisatie weinig terecht kwam. Tijdens deze periode ontstonden er tussen partijen dogmatische verschillen over de godsdienst. Hoogleeraar aan de Leidse universiteit Arminius had een groep aanhangers(in eerste aanleg o.a. Episcopius en Uitenbogaert), waaronder Van Oldebarneveldt en de meeste Hollandse en Utrechtse regenten, die allen "Remonstranten" werden genoemd. Daartegenover stond Hoogleeraar aan de Leidse universiteit Gomarus, sterk in de leer en in de discussie, die als belangrijkste aanhanger Prins Maurits had; deze groep van Gomarus werden de "Contra-Remonstranten" genoemd. De politiek begon het belang van deze strijd in te zien; de landgewesten en Zeeland waren in de Staten-Generaal Contraremonstrants, evenals FR onder Willem Lodewijk. In Holland was na 1613 Van Oldebarneveldt niet geheel zeker van zijn macht. Amsterdam was fel Contra-remonstrants geworden,terwijl Francois Aerssens, afgezet als gezant in Frankrijk wegens zijn relaties met de hugenoten, een fel vijand van Van Oldebarneveldt bleek te zijn. In Utrecht hadden de remonstranten de meerderheid. Daar er in de Staten-Generaal een meerderheid voor de Contraremonstranten bestond, gaven de remonstranten er de voorkeur aan hun belangen bij de gewestelijke staten van Holland en Utrecht te bepleiten. Om dezelfde reden waren de romonstranten voor het meerendeel ook geen voorstander van een Nationale Synode; ook daar zouden zij in de minderheid zijn tegenover de Contra-remonstranten. Teneinde woelingen en opstootjes te voorkomen had Van Oldebarneveldt de Contra-remonstrantse predikanten in Holland een preekverbod opgelegd. Hoewel daartoe uitgenodigd aarzelde prins Maurits gevolg te geven aan de uitnodiging om de orde in de verschillende steden te handhaven. Tenslotte besloot Van Oldebarneveldt bij de Scherpe Resolutie van 1617 ter bewaring van de orde waardgelders (wachtgelders)in dienst te nemen. De aantijging dat Van Oldebarneveldt daarmede een burgeroorlog zou hebben willen ontketenen tegen de prins houdt geen steek. Wat zou hij met 1800 waardgelders hebben kunnen uitrichten tegenover de 30.000 man geregelde troepen van prins Maurits? Maar de prins nam Van Oldebarneveldts besluit hoog op; er zou in Holland een gewapende groep zijn, die niet onder zijn persoonlijk bevel stond. Op uitnodiging van de Staten-Generaal verzette Maurits in vele plaatsen de wet, dat wil zeggen hij stelde contra-remonstrantse regeerders aan. Openlijk verzet daartegen werd niet geboden. Slechts Utrecht en Gouda aarzelden even met het ontslaan van hun waardgelders op bevel van de prins. Nadat de wet verzet was en dus ook de meerderheid in de nieuw benoemde Staten van Holland om was, werden Van Oldebarneveldt,Hugo de Groot, Ledenberg en enkele anderen gearresteerd. Alleen de eerste werd na een zeer partijdig gevoerd proces ter dood veroordeeld. Zijn schuld aan zogenaamd hoogverraad stond van het begin af niet vast. Gratie was voor de grijze landsadvocaat wel te krijgen geweest als zijn familie er maar om had willen vragen. Doch zij deed dit niet; zij zag daarin een bekentenis van schuld. | van Heijningen, Jan Jacobsz (I2204)
|
97 | 1712 Christiaan Claass Bartijn, ged op 31 okt 1655 te Hekelingen, vermogend kleermaker te Zuidland, overl omstr 1693, ondertr op 1 okt 1678 te Zuidland met 1713 Lijsbeth Cornelis Schoute, geb te Korendijk (=West-Hoekschewaard), ged op 19 apr 1654 te Zuidland, overl na 1691 | Bartijn, Christiaan Claas (I1634)
|
98 | 1e Huwelijk van Huig Evertz. Marijtge is gedoopt te Katwijk op 31-01-1658 Getuigen: Annetie Claesdochte, dochter van Pouwel Claaszn Vin en Marijtge Dirks Grebber | van der Vin, Marijtje (I1590)
|
99 | 2e Huwelijk van Huig Ervertz. Huig trouwt voor de 2e keer, op 34 jarige leeftijd. Volgens ordonnantie op het trouwen van den 26e oktpber 1695. Gehuwd voor de kerk op 26 10-1695 | van Nonnekes, Krijntje Bastiaansdr (I1588)
|
100 | 37. Hendrika Haak, geb. Utrecht 2 maart 1840, overl. Utrecht 4 december 1918; tr. Utrecht 1878, Bernardus Fros, geb. Kampen 15 October 1836, overl. Utrecht 27 juni 1908, smid, zn. v. Bernardus Fros, hoofdkoster te Kampen, en Hermina Grootenhof. http://www.kareldegrote.nl/ reeks 188 | Haak, Hendrika (I1612)
|